
Kan ik jou vertrouwen?
Het is woensdag einde van de middag, spitsuur. Je staat te koken terwijl je je oudste kind probeert aan te sporen om zijn voetbalkleding aan te trekken, want hij moet zo trainen.
Je jongste van 5 draalt om je heen in de keuken. Je hebt haar gevraagd om eventjes zelf te gaan spelen maar om de minuut komt ze naar je toe. ‘Mama, kijk…’. ‘Mama…wil je even..’, ‘Mama…’.
Je wilt rustig blijven, maar van binnen voel je je steeds gespannener worden. Je hebt het warm, het eten schiet niet op en over een half uur moet je zoon op het veld staan. Ondertussen spookt je werk nog door je hoofd en hoor je voor de zoveelste keer: ‘Mama…wil je helpen’…
Je vindt je kinderen echt super lief, maar soms word je gek van het voortdurende ge-mama.
Voor je dochter ging het misschien zo:
‘Mama is druk.. ze loopt de hele tijd heen en weer en ze was net streng tegen mijn grote broer. Vindt ze me nog wel lief? Even bij haar kijken.. Oh ik heb een tekening gemaakt, die ga ik laten zien.. Hm ik wil niet meer alleen spelen..ik wil dat mama bij me is…ik ga weer naar de keuken…
Je kindje denkt en doet deze dingen misschien nog niet allemaal bewust, maar onderliggend speelt hier de tweede hechtingsvraag:
‘Kan ik jou vertrouwen?’
Zo vanzelfsprekend als het voor jou is dat je kindje op jou kan vertrouwen, is het voor je kindje niet altijd. Zij moet nog leren hoe de wereld in elkaar steekt en wat ze van anderen kan verwachten. In de tweede hechtingsfase stelt je kind onbewust de volgende vragen:
- Ben je er voor me?
- Reageer je op mij als ik je nodig heb?
- Kom je wel terug als je uit mijn zicht verdwijnt?
- Zie je dat ik het spannend vind? En help je me dan?
Maar die vragen stelt ze niet letterlijk, die stelt ze via gedrag:
- Steeds opnieuw naar je toe komen om iets te laten zien
- Om de minuut ‘mama’ roepen, terwijl er eigenlijk ‘niks is’
- Controle willen hebben: ‘nee mama, jíj moet mij naar bed brengen’
- Jaloers reageren als een ander kind je aandacht krijgt
- Aan je hangen als je even weg gaat
Wat je kindje in deze fase nog moet leren is dat jij beschikbaar blijft, ook als je even niet met haar bezig bent. Voor ons als volwassenen is dat begrijpelijk, maar voor kinderen is dat helemaal niet zo logisch. Voor hen ben jij het centrum van hun universum. Alles wat ze leren en ervaren gaat via jou.
Wanneer je je beseft dat je kindje op dit soort momenten 1 van de 5 hechtingsvragen stelt, helpt dat hopelijk om haar gedrag beter te vertalen. Want dan zie je niet alleen een kindje dat de hele tijd om mama roept, maar een kindje dat probeert te voelen of ze op jou kan bouwen en vertrouwen.
Dat maakt die stressvolle momenten rond etenstijd niet meteen gemakkelijk, zeker niet als je 10 ballen tegelijk in de lucht probeert te houden. Maar het helpt vaak wel om het gedrag van je kindje anders te te begrijpen.
In onze volgende blog gaan we verder met de derde hechtingsvraag: ‘Kan ik op mezelf vertrouwen’?
Wil je begrijpen hoe jij de hechtingsvragen van jouw kindje in het dagelijks leven kunt herkennen? En hoe je erachter komt wat je kindje éigenlijk bedoelt met het ingewikkelde gedrag dat hij/zij laat zien? Doe dan mee met onze Masterclass. Na het volgen van de masterclass kijk je anders naar die 'spitsuur-momenten' en weet je wat je kindje echt van je vraagt.
Je kunt je nog aanmelden via deze link.
Dit artikel is geschreven door Orthopedagoog-Generalist Janine Heutink, specialist in gehechtheid.




