
Als je kindje iets anders wil dan jij
Het is zondagochtend en je bent met je zoon in de speeltuin. Jullie hebben afgesproken dat jullie na het laatste rondje van de glijbaan naar huis gaan. "Nog één keer!" roept hij. Je stemt toe. Na dat laatste rondje zeg je dat het tijd is om te gaan. "Nee." Je zoon draait zich om en rent weer naar de glijbaan. Je roept hem terug. Hij wordt boos. "Ik wil nog niet naar huis!" Je merkt dat je zelf ook geïrriteerd raakt. Waarom moet alles altijd een strijd zijn? Waarom luistert hij niet gewoon?
Voor je zoon ging het misschien zo:
Ik wil nog spelen. Ik wil iets anders dan mama. Ik wil nog van de glijbaan.. Waarom wil ze nou weg? Ziet ze niet dat ik nog wil blijven? Waarom mag ik niet gewoon nog glijden? Ik vind het toch heel leuk?
Je kindje stelt zichzelf deze vragen waarschijnlijk nog niet bewust, maar onderliggend speelt hier de derde hechtingsvraag: 'Kan ik op mezelf vertrouwen?'.
Zo vanzelfsprekend als het voor jou is dat jij en je zoontje een afspraak hebben gemaakt, is het voor jouw zoontje niet perse. Hij is nog aan het ontdekken 'waar jij eindigt en waar hij begint'. Hij komt er steeds meer achter dat hij een eigen persoontje is, met een eigen wil, een eigen gevoel en eigen grenzen. Hij komt er steeds meer achter dat jij ook een eigen persoon bent met eigen ideeën en behoeften. En die liggen soms best uit elkaar.
Je kindje leert in deze fase om te voelen of het ook op zichzelf mag vertrouwen. Bijvoorbeeld door:
- De grenzen op te zoeken.
- Toch te doen wat het zelf wil.
- Boos te worden als het niet gaat zoals hij wil.
- Te protesteren tegen regels.
Wat je kindje in deze fase nog moeten leren is of zijn gevoelens, wensen en behoeften ertoe doen. of hij iets anders mag willen dan jij. Of hij ook ruimte in mag nemen.. Of hij ook waardevol is als hij het niet met jou eens is..
Wanneer je je beseft dat je kindje op dit soort momenten 1 van de 5 hechtingsvragen stelt, helpt dat hopelijk om zijn of haar gedrag beter te vertalen. Want dan zie je niet alleen een kindje dat niet wil luisteren, maar een kindje dat probeert te ontdekken of het een eigen wil mag hebben.
Dat maakt die strijd in de speeltuin niet meteen gemakkelijk. Zeker niet als je boodschappen moet doen, het eten nog gemaakt moet worden en je eigenlijk allang weg had willen zijn.
Het betekent ook niet dat je je kindje altijd zijn zin moet geven. Het gaat erom dat je kindje dit moet oefenen en gelegenheid krijgt om te ervaren dat het ook een eigen wil heeft. Dat helpt hem op latere leeftijd om te voelen wat hij wil en of hij voelt dat zijn wens er mag zijn, zelfs als het niet altijd kan. Dat kan je kindje alleen leren door af en toe even flink de grenzen op te zoeken.
In onze volgende blog gaan we verder met de vierde hechtingsvraag: 'Kan ik dit (aan)?'.
Wil je begrijpen hoe jij de hechtingsvragen van jouw kindje in het dagelijks leven kunt herkennen? En hoe je erachter komt wat je kindje éigenlijk bedoelt met het ingewikkelde gedrag dat hij/zij laat zien? Doe dan mee met onze Masterclass. Na het volgen van de masterclass kijk je anders naar die 'spitsuur-momenten' en weet je wat je kindje echt van je vraagt.
Je kunt je nog aanmelden via deze link.
Dit artikel is geschreven door Orthopedagoog-Generalist Janine Heutink, specialist in gehechtheid.






