zelf-doen

Ik wil het zelf doen!

Het is tien over acht 's ochtends en over 20 minuten moeten je kinderen op school zijn. Je partner rent net de deur uit naar de eerste vergadering en jij probeert je jongste zijn schoenen aan te trekken. Hij protesteert: 'zelluf doen!!'. Je laat hem even, maar het lukt niet.. Je zoon gooit zijn schoenen gefrustreerd door de woonkamer. Wanneer je de schoenen pakt om hem te helpen roept hij boos: 'ik wil het zelf doen!'. Je laat het hem weer proberen, maar het lukt niet.. Je zoontje roept gefrustreerd: 'stomme schoenen, ik wil ze niet meer aan!'.

Voor je zoontje ging het misschien zo:

Ik wil zelf mijn schoenen aan doen.. Ik kan dat... Mijn grote broer kan het ook... Waarom lukt het nou niet.. Hoe moet het nou.. Waarom kan ik dit niet... Ik wil ook zelf mijn schoenen aandoen. Aaah ik vind dit stom! Wat een rotschoenen... en daar komt mama alweer om te helpen, maar ik wil het zelf!!!

Je kindje denkt en doet deze dingen misschien nog niet allemaal bewust, maar onderliggend speelt hier de vierde hechtingsvraag:

'Kan ik dit (aan)?'

Zo vanzelfsprekend als het voor jou is dat schoenen aantrekken uiteindelijk wel lukt, is dat voor je kindje niet altijd. Hij is nog volop bezig om te ontdekken wat hij allemaal zelf kan. Hij wil oefenen, proberen, fouten maken, opnieuw beginnen en ervaren dat hij moeilijke dingen stap voor stap onder de knie krijgt. Maar ondertussen heeft hij nog weinig aandachtspanne, is hij snel afgeleid en lukt het nog lang niet altijd.

In deze fase stelt je kindje zichzelf onbewust vragen als:

  • Kan ik dit zelf?
  • Mag ik het proberen?
  • Wat gebeurt er als het niet lukt?
  • Ben ik nog steeds oké als ik fouten maak?
  • Kan ik omgaan met teleurstelling?

Maar die vragen stelt hij niet letterlijk. Die stelt hij via gedrag:

  • Alles zelf willen doen.
  • Boos worden wanneer iets niet lukt.
  • Snel opgeven.
  • Gefrustreerd raken bij fouten.
  • Juist dingen vermijden die moeilijk zijn.
  • Regelmatig zeggen: 'ik kan dat niet.'
  • Veel hulp vragen terwijl iets eigenlijk al lukt.

Wat je kindje in deze fase nog moet leren, is dat moeilijke dingen niet meteen hoeven te lukken. Dat fouten maken erbij hoort. Dat teleurstelling erbij hoort en dat je stap voor stap steeds meer kunt. Maar die realisatie heeft een kind van vier niet. Die wil het nu kunnen en moet vervolgens leren omgaan met de frustratie en teleurstelling die er op volgt.

Dat schoenen-moment in de ochtend is vervelend voor de planning en de sfeer, maar is een specifiek hechtingsmoment waarop je kindje de vierde hechtingsvraag stelt: kan ik dit (aan)?

Wanneer je op zo'n moment beseft dat je kindje bezig is met ontwikkelen, met groeien en met zijn emotionele ontwikkeling, dan helpt dat hopelijk om zijn gedrag anders te vertalen. Want dan zie je niet alleen een kindje dat dwars doet of tijd rekt, maar een kindje dat probeert, fouten maakt en daar simpelweg gefrustreerd door raakt.

Dat maakt die hectische ochtendspits niet meteen gemakkelijker. Zeker niet als je al te laat bent en nog honderd dingen moet doen. Maar het helpt vaak wel om het gedrag van je kindje anders te begrijpen.

In onze volgende blog gaan we verder met de vijfde en laatste hechtingsvraag:

'Mag ik mezelf zijn?'

Wil je begrijpen hoe jij de hechtingsvragen van jouw kindje in het dagelijks leven kunt herkennen? En hoe je erachter komt wat je kindje éigenlijk bedoelt met het ingewikkelde gedrag dat hij of zij laat zien? Doe dan mee met onze Masterclass. Na het volgen van de masterclass kijk je anders naar die dagelijkse strijdmomenten en weet je beter wat je kindje echt van je vraagt.

Je kunt je nog aanmelden via deze link.

Dit artikel is geschreven door Orthopedagoog-Generalist Janine Heutink, specialist in gehechtheid.